woensdag 29 januari 2014

Van Afval Naar Grondstof [VANG]: een kans voor het regionaal sluiten van kringlopen.


Het recente uitgebrachte kamerstuk 'Van Afval Naar Grondstof' (hier te downloaden: http://ow.ly/t4vkY ) omvat de uitwerking van het Afvalpreventieprogramma Nederland, dat Nederland in opdracht van de Europese Commissie heeft gemaakt. Dit programma is te raadplegen op: http://ow.ly/t4vwQ

Het gaat uitvoerig in op de benodigde acties vanuit de overheid om de in het verleden ingeslagen weg van de linearie economie (weggooimaatschappij) via de huidige recycle-economie (Wecycle en Plastic Hero's) verder te verduurzamen naar de eindvorm; de circulaire economie. Eigenlijk gaan we terug naar vroeger, maar dan met technologische hoogstaande be- en verwerkingstechnieken waardoor we onze levensstandandaard kunnen behouden en er geen schaarste aan grondstoffen optreedt. 

(c) kamerstuk 'Van afval Naar Grondstof - Uitwerking van acht operationele doelstellingen'. 

De reden waarom dit nu mogelijk is, kom doordat de industrie er klaar voor is in Nederland. De ene Green Deal na de andere wordt afgesloten omdat bedrijven tegen belemmeringen aan lopen tijdens hun innovatieve bedrijfsvoering waarbij Afval ingezet wordt als grondstof, maar dit niet mag, kan of mogelijk is. De ontwikkelingen gaan zo snel dat overheden met de normale proceduretijden het gewenste raamwerk niet kunnen leveren, laat staan om rustig na te denken over hoe we het met zijn allen willen. Wat is een 'hoogwaardige' toepassing van een schaarse grondstof?

De circulaire economy haalt de biobased economy in als hot item in innovatie, terwijl dit nog in de pilot/praatfase zit, zodat de opschaling naar circulair tijd en kosten gaat besparen. De lagere overheid heeft nog niet veel gemerkt van de biobased economy dan wat leuke artikelen over innovaties in hun regio, maar circulaire economy gaat wel impact hebben op hun bedrijfsvoering. Naast handhaver van wet- en regelgeving is zij ook een deelnemer in de ciculaire economy die nog wat te leren heeft. 

Naast inzamelaar van huishoudelijk afval is de gemeente ook producent van reststromen, organische [biomassa] en overige reststromen zoals kantoorafval en veegvuil. In het kamerstuk wordt Benchmarken als voorbeeld genoemd voor gemeenten om meer zicht en kennis te krijgen op hun activiteiten en vrijkomende stromen om zo het goede voorbeeld te gaan geven, duurzaam inkopen heet dat. Wij voeren ook Benchmarkten uit; recent voor 9 gemeenten alle 'overige werfstromen' in kaart gebracht. 

Als je kijkt naar de huidige verwijderingsstructuren zie je niet zo veel verschil in uitvoeringsprocedures tussen gemeenten, maar de eyeopener zit in de financiële verschillen. Deze verschillen in kosten maakt de transitie naar een hoogwaardige verwerking mogelijk omdat als gemeenten samenwerken ze soms tot tientallen procenten kunnen besparen op afzetkosten of logsitieke kosten. Door deze 'Samenwerking Grondstoffen Beheer [SGB]' op te zetten in een regio kun je op 3 ambitieniveaus gaan samenwerken; 

1   Alleen op papier, door normalisatie van contracten en aanbestedingseisen te formuleren en zo personeelskosten te besparen en een level playing field op regionaal niveau te scheppen;
2  Door gezamenlijk de vrijkomende stromen in de markt te zetten (aanbesteden van hoogwaardige verwerking) en zo in het kader van de 'massa is kassa' gedachte meer te bereiken in duurzaamheid dan alleen;
3   Door gezamenlijk de vrijkomende restromen te gaan beperken en ook inzetten voor lokaal hergebruik door het actief opzetten van pilotprojecten; dit kan door samenwerking met WSW-bedrijven en ondernemers in de regio. Het lokaal sluiten van kringlopen als ambitie voor de regio; 

Hierbij kan waarschijnlijk op een grote belangstelling worden gerekend door I&M/RVO die actief op zoek gaat naar ondersteuning van voorbeeldprojecten voor het verspreiden van opgedane kennis. Het mooie is dat de bedrijven in de branche ook hiermee actief aan de slag zijn, zodat je niet alleen de kar trekt en ook binnen een ambtstermijn van 4 jaar resultaten kunt boeken.

Over het uitgevoerde project is een leaflet met informatie beschikbaar en we verwijzen ook naar de blogpost 'Circulaire economie: goede logistieke organisatie bespaart kosten en grondstoffen!'  http://ow.ly/t4IhU .

maandag 6 januari 2014

Duurzaamheidscertificatie van vaste biomassa voor energiedoeleinden: niets moet, alles mag.

Sinds kort is er een nieuwe publikatie van AgentschapNL beschikbaar: Duurzaamheids- certificatie van vaste biomassa voor energiedoeleinden. bit.ly/1l6xFCP.  Dit is een uitgebreide Nederlandse samenvatting van het Handbook Sustainability Certification of Solid Biomass, deze is hier te vinden:  http://t.co/lky2emZX5A. 

Dit document geeft een overzicht van de huidige stand van zaken en mogelijkheden voor producenten, handelaren en gebruikers van vaste biomassa voor bio-energieopwekking om een duurzaamheidslabel te voeren, inclusief een overzicht van de 9 bekendste certificatieschema's. 

Het is wel een beetje opmerkelijk dat deze materie geen wettelijke basis heeft en die voorlopig ook niet krijgt. De EU-RED, de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie 2009/28/EC, specificeert duurzaamheidseisen voor transport biobrandstoffen en voor bioliquids (voor elektriciteit, warmte en koeling). Op dit moment zijn deze duurzaamheidseisen niet van toepassing op vaste biomassa en biogas, die worden gebruikt voor elektriciteit en/of warmteproductie en een wettelijk Europees kader is niet te verwachten tot in of na 2015, vanwege de aankomende Europese verkiezingen in 2014. 


In Nederland is vooruitlopend op de vorderingen in Europees verband in het najaar van 2013 afgesproken in het Energieakkoord dat er voor bijstook van biomassa duurzaamheidscriteria gaan komen, welke vergelijkbaar zullen zijn met de NTA 8080 en moeten ook criteria bevatten omtrent carbon debt, ILUC en duurzaam bosbeheer. Eind 2014 moet duidelijkheid zijn over de inhoud en in 2015 zou dat tot implementatie kunnen leiden. Over de andere vormen dan bijstook wordt niet gesproken in het Energieakkoord en hiervoor is zodoende nog geen Nederlandse ambitie neergelegd.

Als je nu al wel het goede voorbeeld wil geven en jezelf laat certificeren, is het goed te beseffen dat er een oerwoud aan mogelijkheden is, welke diverse directe (geld) en indirecte kosten met zich meebrengen en momenteel vooral indirecte opbrengsten (feel good ervaring) hebben. De 9 beschreven schema's dekken de meeste ‘gebruikelijke’ duurzaamheidsprincipes, met uitzondering van de broeikasgasbalans en de competitie met lokale voedselvoorziening. Verder zijn er verschillen in bescherming van de carbon stocks. 

Naast het feit dat alleen Green Gold Label (GGL) andere schema's erkend, is het interessant te zien dat de spelregels voor certificatie blijkbaar altijd nog ruimte laat voor de mening en de interpretatie van de auditor. Dat betekent dat de kwaliteit van de eisen op papier ook afhankelijk is van hoe er in de praktijk mee wordt omgegaan. De bureaucratie, kostenstroom en dat afnemers niet vragen om een keurmerk, is de reden waarom in 2013 een groot aantal bosbeheerders het keurmerk FSC de rug toe keerden. 

Een wettelijke basis en één Europees keurmerk of label zijn een basis voor het slagen van de duurzaamheidscertificatie van vaste biomassa voor energie- en ook biobased doeleinden.

Deze blogpost is overgenomen door Energieoverheid.nl met de titel: Column Peter de Laat: Certificatie biomassa kan en moet beter. Link:  bit.ly/1df3nvV


2SPACE.NET