dinsdag 15 december 2015

Een E-bike voor woon-werkverkeer. Episode 3: een relatie met de fietsenmaker.

[leestip: Een E-bike voor woon-werkverkeer. Episodes 1 en 2.]

Doordat het prima fietsweer bleef dit jaar was het mogelijk om tot in december veel e-bike kilometers te maken. Regen en wind waren de enige te trotseren weerselementen en al 2.800 kilometer zijn intussen afgelegd! Enkel door het voorkomen van een externe cursus of een bedrijfsuitje werd er niet gereden met de e-bike, maar uitgeweken naar OV en meerijden met aardige collega's.  



In de grafiek staat ook reparatie, maar dat was meer een check-up. Het blijkt dat de e-bike een interne onderhoudscyclus heeft van 1.000 kilometer. Dit was bij aankoop niet gemeld, maar na 500 en later na elke 1.000 km geeft de computer bij aanzetten van de fiets een signaal, dat je kan wegklikken, dat er onderhoud noodzakelijk is. Je kan dit negeren, maar elke keer bij het aanzetten komt het wel terug. Omdat er elke keer ook wel iets te repareren was werd er ook onderhoud gepleegd, maar dit komt dus wel 6-7 keer per jaar terug bij deze fietsafstand.




Bovenstaand formulier is pagina 1 van de diagnose; op pagina 2 staan nog de motorgegevens, maar die staan ook bij het batterijpakket. Big brother is watching you, dat merk je gelijk als je alle informatie leest over de fietsgedrag. Geen excuses bij een slechte batterij, hoe je gefietst hebt is bekend, ook voor de verzekering. Leuk is het inzicht in het gebruik van de verschillende standen; eco is eigenlijk geen ondersteuning, alleen iets voor de groene labels [zie andere bijdrage]. 

Omdat de rijdster ook conditie wil behouden werd er vooral in stand Tour gereden, maar in de herfst bij regen in de avond werd ook niet vaak op Power gereden vanwege de veiligheid [snelheid en zichtbaarheid]. Er waren toch enkele nood-stops en uitwijkmomenten nodig om heelhuids te kunnen reizen. De eerste remblokken achter zijn nu al vervangen. 

Verder zijn er wat onderhoudsmiddelen aangeschaft; vaseline tegen het roesten van chrome-onderdelen,  kettingspray voor kettingonderhoud en wat hoogglanspoets voor onderhoud van het frame. Wekelijks zelf even de fiets, vooral de ketting, zandvrij maken en opnieuw inspuiten en poetsen voorkomt dat je snel vervangingskosten hebt en dat je fiets niet gaat kraken en piepen. 


 
Het kostenplaatje is ondanks de vele onderhoudsmomenten nog binnen de verwachting. Bij aanvang werd er rekening gehouden met een terugverdientijd van 4 jaar en uit de grafiek blijkt dat deze nu nog rond de 3 jaar schommelt. De kosten voor elektriciteit zijn laag; bij een gebruik van 0,77 kWh per 100 km bedraagt dit ca. 18 €cent per 100 km. 

 Na de kerstvakantie wellicht wel wat winters weer? We gaan het weer volgen.

dinsdag 10 november 2015

5 acties om meer bio-energie in de industrie toe te passen.

Recent werd de aftrap gegeven voor het Europees project Bioenergy4business, waarin invulling zal worden gegeven aan het stimuleren van meer energie uit biomassa in de industriële sector.

 

Uit onderzoeken blijkt dat momenteel al ca. 75% van de duurzame energie al uit biomassa wordt geproduceerd en dat deze hoeveelheid in de toekomst dient te verdrievoudigen, wil er voldaan kunnen worden aan de gezamenlijke doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie.

 

Het afgelopen decennium is er al flink ingezet op toename van het gebruik van biomassa; gemeenten deden hun best in het kader van o.a. BANS en SLOK, door een zwembad te gaan verwarmen op houtsnippers en via de MEP en SDE[+] subsidies werden bedrijven voorzien van een co-vergister of een houtketel. Vaak waren dit [loon]bedrijven die zelf over de biomassa beschikten en zo hun [rest]stromen verwaardden. Daarnaast werd ingezet op de grootschalige elektriciteitsopwekking via bij- en meestook in kolencentrales.

 

De industrie, met name de procesindustrie, blijkt nog een onderbenutte groeisector voor bio-energie. Van uit de Quickscan Duurzame Energie voor de industrie wordt er veelal eerst gekeken naar energiereductie binnen het bestaande proces/techniek, voordat gedacht wordt aan een nieuwe technologie. Uitgangspunt is dat het bestaande productieproces te nimmer verstoord wordt door energie uitval of dat procesproducten [bv. stoom] altijd 24/7 van dezelfde kwaliteit zijn. 

 

Na reductie van het energieverbruik wordt de overblijvende energievraag in het kader van MVO[maatschappelijk verantwoord ondernemen] verduurzaamd, waarbij i.e.i. gekozen wordt voor de aanschaf van GVO's [garantie van oorsprong] voor 'groen' aardgas. Indien er een interessante businesscase is wordt de aardgasleiding vervangen door een biogasleiding en mogelijk zelfs door een biomassa-installatie op de eigen locatie.

 

Voor de vervanging van elektriciteit worden momenteel zonnepanelen en soms, waar mogelijk, ook een windmolen toegepast. Indien er ook een substantiële [proces]warmte vraag is kan een WKK [warmte-kracht-koppeling] of ORC[organische Rankine cyclus] op biomassa een kansrijke optie zijn.

 

Indien er meer bio-energie in de [proces]industrie gewenst is moet er worden voldaan aan de voorwaarden die al eerder werden benoemd en dat levert een aantal voorstellen voor actie op:

 

1. Verbeter het imago van biomassa als energiebron; dit blijkt vooral een Nederlands probleem, wat ook blijkt uit een publicatie van Planbureau voor de Leefomgeving: "Biomassa, groen met een donker randje". De publicatie van de  AVIH: "Goed nieuws over Nederlandse biomassa" is een welkome verademing.  Binnen de informatieverstrekking zou een factchecker biomassa wellicht zinvol kunnen zijn. Ga hierbij ook in op zorgen van burgers inzake emissies. 

 

2. Ga het gesprek weer aan met de industrie.  Actualiseer de regionale en provinciale potentieelstudies,  kansenkaarten bio-energie/biogas en ga weer met regionale bio-energieconsulenten op pad om samen met kansrijke bedrijven mogelijkheden te benoemen en verder te ontwikkelen. In Overijssel gebeurd dit nog wel, maar in de rest van het land is "de markt aan zet". Momenteel is de branch voor bio-energie-installaties al dermate goed ontwikkelt, dat er ook wat te kiezen valt aan installaties voor de industrie, echter onafhankelijk advies is vaak gewenst.

 

3. Biedt Turnkey-oplossingen aan. Ontzorgen is het modewoord, ook voor deze business. De [proces]industrie wil zich vaak niet bezig houden met waar en hoe de energie wordt geproduceerd, men wil energie, 24/7, van constante kwaliteit en prijs en afrekenen via meterstanden [warmte, stoom, biogas] en niet in tonnen biomassa. Op dit moment wordt vaak een installatie geleverd/geplaatst en de biomassagrondstof wordt separaat gecontracteerd.

 

4. Maak gebruik van het financieel voordeel als trigger. Vanuit de overheid zijn de klimaatdoelstellingen de voornaamste bron van het beleid op het gebied van hernieuwbare energie, dit is binnen het MKB verankert binnen het MVO. Echter economie is de drijver van de dagelijkse praktijk; geen winst is geen bedrijfsvoering. Het in beeld brengen van duidelijke businesscases, waarin ook het financieel voordeel blijkt bij een overstap naar bio-energie als energiebron, zal contactpersonen meer 'munitie' geven om de mogelijkheden serieus te gaan onderzoeken, bijvoorbeeld richting de directie of het bestuur van de onderneming. MVO is dan natuurlijk alsnog een mooi uithangbord naar de buitenwereld.

 

5. Denk breder dan bio-energie alleen. Bedrijven worden, net als gemeenten, dagelijks door vele [markt]partijen benaderd voor allerlei initiatieven, waaronder ook Duurzame Energieoplossingen. Eigenlijk al bij het eerste contact moet je een beeld hebben van wat de mogelijkheden zijn voor dit bedrijf. Met name in relatie tot de omgeving, omdat dit vaak kansen zijn die het bedrijf zelf nog niet onderkent heeft. Met zo'n 'binnenkomer' heb je direct een aandachtige gesprekspartner. Mogelijke voordelen kunnen zijn het [gezamenlijk] gebruik van restwarmte, CO2 of biogas of het uitwisselen van tussen- of eindproducten, zoals stoom. Een regionaal parkmanagement project brengt vaak veel kansen in kaart. Als 'buren' elkaar ontmoeten blijken ze vaak veel met elkaar gemeen te hebben en zullen er sneller win-win situaties ontstaan.

 

Bovenstaande acties zijn niet de enige natuurlijk en ik nodig eenieder ook uit om nog nieuwe acties of opmerkingen toe te voegen.

 

©PDL2015  De auteur kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige onvolledige of onjuiste informatie die middels dit artikel gevonden wordt. Gebruik van enige informatie verkregen via dit artikel is voor eigen risico van de gebruiker en eigen onderzoek of verificatie wordt aanbevolen.  

woensdag 21 oktober 2015

Commissie Corbey: Level Playing Field vereiste voor slagen duurzame bio-economie.

Recent kwam het visiedocument 'naar een duurzame bio-economie' van de commissie Corbey uit [hier te lezen]. Het gaat in op randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het realiseren in van een circulaire economie, waarvan de bio-economie een onderdeel uit maakt. 

 

De bio-economie is onderdeel van de circulaire economie en omvat alle sectoren van de samenleving die biomassa gebruiken, inclusief voedsel en veevoer. De biobased economy is beperkter en betreft de sectoren chemie, materialen,farma, papier/karton/hout en energie/transport waarin biomassa de fossiele grondstoffen vervangt. Het visiedocument van Corbey benadert de biobased economy in de context van de bio-economie.  

 

De commissie onderkent de belangrijke rol van de overheid en deze varieert van zeer lichte interventies, zoals monitoren, tot een duidelijke regierol waarbij de overheid faciliteert en/of gewenst gedrag stimuleert.

 

De Nederlandse overheid kan dat echter niet alleen: een transitie naar een duurzame bio-economie vereist een duidelijk duurzaamheidskader op alle niveaus: lokaal, nationaal, Europees en mondiaal. Belangrijk is dat de verschillende partijen voorbij hun eigen grenzen kijken en samenwerking tussen verschillende sectoren, overheden en departementen wordt opgepakt.

De Commissie Corbey adviseert het kabinet:

 

1. Wees ambitieus en spreek dat uit: maak duidelijk wat Nederland wil met de duurzame bio-economie en voer consistent en gefaseerd beleid gericht op de korte en langere termijn. Benut daarbij de kracht van de regio’s, van het internationale bedrijfsleven, van Europa en de potentie van mondiale afspraken.

 

2. Stuur op duurzame productie van biomassa door: één helder duurzaamheidskader voor biomassa dat als minimumstandaard wordt gebruikt voor alle productie van biomassa ongeacht de toepassing.

 

3. Stimuleer het beschikbaar maken van meer duurzame biomassa. Beschikbaarheid van duurzame biomassa is niet vanzelfsprekend. Een stevige inzet is daarom nodig, bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatieve land- en bosbouw en het beter benutten van reststromen uit land-, tuin- en bosbouw.

 

4. Stimuleer efficiënte en effectieve benutting van biomassa. Zorg voor level playing field tussen en binnen sectoren; zorg op de korte termijn voor (tenminste) gelijkwaardige stimulering van inzet van biomassa voor materialen en chemie als voor energietoepassingen. Hef als overheid ook de zelf ingestelde ongelijkheden op. Zet in op Europese harmonisatie en inpassing binnen wereldwijde initiatieven.

 

5. Stimuleer marktontwikkeling voor duurzame biomassa en duurzame biobased producten door een toenemend deel van de consumptie te verduurzamen. Marktontwikkeling is nodig omdat duurzame producten of biobased producten vaak nu nog duurder zijn dan niet-duurzame alternatieven. De overheid kan daartoe afspraken maken met leveranciers (bijvoorbeeld in de voedselsector, de chemie, bouwmaterialen of verpakkingen) om een toenemend deel duurzaam te leveren, of zelf optreden als launching customer.

 

6. Faciliteer de duurzame bio-economie door te investeren in technologieontwikkeling en innovatie, waarbij ook oog is voor ontwikkeling van kleinschalige verwerking van biomassa. Bijvoorbeeld door meer prioriteit en budget te geven aan de bio-economie binnen het topsectorenbeleid en de onderzoeksagenda TKI Biobased Economy 2015–2027. Benadruk dat de bio-economie een integraal onderdeel is van de circulaire economie.

 

7. Monitor beleid en maak beleid responsief. Monitor de effecten van beleid actief, niet alleen statistisch en cijfermatig, maar ook door te investeren in multistakeholderdialoog (inclusief de small holders). Wees bereid beleid bij te stellen als er negatieve onbedoelde effecten blijken.

 

Bij overname door de overheid van deze aanbevelingen zal dit de komende jaren voor veel verandering in de biomassamarkt gaan zorgen. Blijft de stimulering van biomassa voor energietoepassing binnen de SDE+ op termijn gehandhaafd of komt er ook een SDM [Stimulering Duurzame Materialen]? Komen er duurzaamheidscriteria voor alle biomassatoepassingen en gaat de overheid zich nog meer opstellen als launching customer? 

 

Voor marktpartijen is het nu zeer belangrijk om een lange termijn visie met een bijbehorend duidelijk investeringsklimaat te krijgen om in ieder geval in 2050, maar nog liever al in 2030, al een groot gedeelte van een duurzame bio-economie te hebben gerealiseerd.

   ©PDL2015  De auteur kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige onvolledige of onjuiste informatie die middels dit artikel gevonden wordt. Gebruik van enige informatie verkregen via dit artikel is voor eigen risico van de gebruiker en eigen onderzoek of verificatie wordt aanbevolen.  

vrijdag 2 oktober 2015

Wat is nog de waarde van een Energielabel voor de consument?


De recente ontwikkelingen bij Volkswagen en Samsung lijken het topje van de ijsberg. De auto's en apparaten presteren niet zoals op het label staat vermeld. Dit kan gaan om verbruik van energie [bv. elektriciteit, brandstoffen], water of andere grondstoffen, maar ook de emissies [bv. roet, stof] van het product.


De laatste decennia werd in de wens voor een beter klimaat ingezet via de Trias Energetica: besparen, duurzame opwekking en als laatste optimaal fossiel. Om hierin de consument een duidelijke keuze te geven, worden vele producten gekwalificeerd naar klimaatimpact; dit via allerlei ingewikkelde testprotocollen, welke wel met de producenten worden afgestemd.

 

De eerste die zijn intrede deed in ons land was de APK voor auto's. In de volksmond wordt deze procedure vaak beticht van willekeur en met onnodige onderhoudskosten tot gevolg. Eind jaren '90 kwam het energielabel opzetten; dit label moet worden meegeleverd bij de verkoop van onder andere auto’s, elektrische apparaten, lampen en gebouwen.

 

Dit label gaat niet alleen over energie, maar is een maatstaf voor de consument om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. Tevens staat er vaak informatie op over de prestaties van het product en de gebruikte materialen bij de productie.

Voorbeeld van een Energielabel

Het energielabel blijkt een groot succes, voor de prestaties van de producten in ieder geval; er kwamen steeds meer [donker]groene balkjes bij en steeds meer plusjes achter de A om het onderscheid te benadrukken. Echter er blijken wat aandachtspunten te zijn:

  • Consumenten kijken vaak meer naar de prijs en feel good beleving dan het energielabel, zeker als het gaat om grotere aankopen[bv. huizen en auto's]; 

  • De Ecostand die vaak op het product wordt aangeboden, wordt nooit door de consument gebruikt: niet iedereen wacht 4 uur op een wasmachine, bij de Ecostand op een elektrische fiets voel je niets van ondersteuning en als je borden niet schoon worden in de vaatwasser kies je snel een andere stand;

  • De gebruikte testomstandigheden zijn vaak niet de gebruiksomstandigheden van de consument: in gebruikerstests komen vaak andere resultaten naar voren dan op het label staat;

  • Het energielabel blijft een onderlinge afspraak tussen producenten en overheden, waarin je moet lobbyen voor je plekje: mooi voorbeeld is het gebruik van een biomassaketel in gebouwen, dit is nog steeds niet mogelijk in het energielabel gebouwen [EPA label], terwijl er geen fossiele energie meer wordt gebruikt voor verwarming en/of elektriciteit;

     

Wat is nu nog de waarde dan van dit label voor de consument?

 

Het energielabel blijft een prima instrument voor zijn doel, het verminderen van de klimaatbelasting van producten, maar je dient het te gebruiken als een grove selectietool in plaats van een marketingtool, in combinatie met financiële prikkels, zoals het nu wordt gebruikt. Wat kan anders?:

  • Het verschil tussen A+++ en A is niet zo groot in de ogen van de consument [het blijft A], maar dat energielabel G niet goed is, dat beseft iedereen. Wellicht de normen van A tot G jaarlijks herijken zodat label G steeds beter wordt, maar Energielabel A nog steeds het beste blijft;

  • Afschaffen van de Ecostand op apparaten; het gebruiksgemak staat voorop bij het product en niet gebruiken is het zuinigste alternatief; 

  • Testen van apparaten bij normaal gebruik door de consument en vermeld alleen gegevens die nut hebben: b.v. watergebruik per jaar voor een wasmachine zegt niets over het gebruik bij de consument in zijn thuissituatie, een andere wasmachine kan minder water gebruiken bij zijn wasroutine;

  • Minimaliseer de menselijke factor bij keuring: een keurmeester keurt afhankelijk van zijn opdrachtgever, zijn kennis en zijn dag: een foutje is menselijk en iedereen is uiteindelijk beïnvloedbaar;

     

De vorm, inhoud en toepassing van het energielabel is continue in ontwikkeling en de huidige onthullingen zullen de toepasbaarheid en betrouwbaarheid van dit instrument alleen maar bevorderen.

woensdag 16 september 2015

Wat bepaalt de prijs van biomassa in de markt?

Marktinzicht is dé sleutel voor een succesvolle businesscase, echter er is een veelvoud aan soorten biomassa in ook zoveel mogelijke verschijningsvormen. Hout kan bijvoorbeeld als chips, pellets, shreds, blokken, chunks, zaagsel etc. worden gebruikt. Daarnaast kan de samenstelling ook variëren, zoals vochtgehalte, percentage as, zware metalen etc. Al deze verschillen hebben invloed op de prijsvorming.

De prijs van een grondstof wordt in de verschillende lagen van de keten ook anders bepaald, onder andere  in commodities, groothandelsprijzen en consumentenprijzen. Daarnaast zijn er leveringsvoorwaarden en mogelijke contractcondities van invloed op de 'prijs aan de poort'.

De prijs van een grondstof vertegenwoordigt de waarde die een afnemer er voor over heeft als toegevoegde waarde aan zijn eindproduct en wordt bepaald door de beschikbaarheid van de grondstof. Vraag en aanbod bepalen het marktmechanisme. De beschikbaarheid van biomassa is in figuurlijke zin een omgekeerde piramide, vergelijkbaar met die gebruikt wordt voor de waarde van biomassa voor de biobased economy.


Afhankelijk van de 'winbaarheid' van het benodigde element en het voorkomen van het element in de grondstof wordt de bruikbaarheid bepaald.

De hoeveelheid die vrij op de markt is om te kopen en de prijscondities in relatie tot het business bepalen de primaire beschikbaarheid van de biomassa. Wetgeving (o.a. duurzaamheid criteria en importeisen) bepalen de uiteindelijke beschikbaarheid van de benodigde biomassa.

Afhankelijk van de uiteindelijke toepassing worden de biomassaprijzen meer of minder bepaald door een groot aantal parameters:

  • (Europese) voorraden: de markt voor zetmeel, suiker,oliën en vetten zijn internationale markten; de houtmarkt is meer regionaal georganiseerd;

  • regionale vraag- en aanbodverschillen: er wordt bijvoorbeeld jaarlijks veel vloeibare mest van Oost-Brabant naar Zeeland getransporteerd;

  • andere afnemers van de biomassa: zowel de spaanplaatindustrie als de biobrandstoffenindustrie gebruiken dezelfde grondstoffen;

  • subsidiemogelijkheden (EU en NL): de dubbeltelling van biobrandstoffen voor vervoer heeft bijvoorbeeld invloed op de grondstoffenmarkt voor voedingsmiddelen;

  • energie- en brandstofprijzen: met name de dieselprijs voor het vervoer is belangrijk;

  • extreme weersituaties: te heet of te nat weer geeft misoogsten of bij prima oogstomstandigheden ontstaan grote voorraden;

  • handelsoorlogen: de boycot door Rusland is een recent voorbeeld;

  • beschikbare regionale vervoerscapaciteit: een voorbeeld hiervan is een te lage waterstand in de rivieren, waardoor vracht per schip beperkt wordt;

  • beschikbaarheid van kapitaal: als banken niet meewerken ontstaat er minder vraag naar biomassa doordat men niet kan realiseren;

  • wet- en regelgeving: bijvoorbeeld de mogelijkheden van op- en overslag, maar ook de mogelijkheid om restmaterialen onder te ploegen op het land;

  • opinie en meningsvorming over biomassa: de food versus fuel discussie, maar ook de angst voor wereldwijde tekorten zijn hier een voorbeeld van.

Vaak spelen meerdere van bovenstaande parameters tegelijkertijd een rol bij de totstandkoming van de handelsprijs. Pas jaren achteraf kon worden vastgesteld wat de werkelijke reden was van internationale prijsstijgingen van voedsel in de periode van 2007-2008, terwijl er direct naar de 1e generatie biobrandstoffen werd gewezen. Vaak heeft de onrust in de media een veelvoud aan effect op de prijsvorming dan het onderwerp van het nieuws.

[deze tekst maakt grotendeels onderdeel uit van het onderzoeksrapport: "Onderzoek naar de mogelijkheden van monitoring van de prijs van biomassastromen als beleidsinstrument, 2015, RVO.nl, pagina 12-13, en is te vinden hier: Rapport]

dinsdag 1 september 2015

Nieuwe publicatie beschikbaar: Onderzoek naar de mogelijkheden van monitoring van de prijs van biomassastromen als beleidsinstrument.

Dit onderzoek was een samenwerking van ons met BFP International voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland [RVO]. 

Het heeft ook nog een ondertitel meegekregen:



De opzet was het in kaart brengen van de internationale en nationale biomassa(grondstof)markten en hun onderlinge verbondenheid. Hierdoor kan worden beoordeeld of en zo ja, hoe beleidsbeslissingen inwerken op deze markten. De markten voor houtachtige biomassa, suiker, zetmeel en oliën en vetten werden in kaart gebracht en tevens werd de prijshistorie van de biomassastromen van de afgelopen 10 jaar inzichtelijk gemaakt.

De publicatie is te vinden op website van RVO:  Klik hier!  

 

maandag 31 augustus 2015

De opmars van houtpellets naar een global commodity.

De laatste tijd horen we in de media telkens geluiden over de toename van het gebruik van kolen in energiecentrales, maar dit lijkt een tijdelijke trend. Door de huidige schaliegaswinning in de VS worden olie en kolen gedumpd op de Europese markt, wat de prijzen heeft gehalveerd t.o.v. 2014.

Het gebruik van houtpellets is in de afgelopen 10 jaar wereldwijd vervijfvoudigd naar ruim 25 miljoen ton per jaar in 2014. Grootverbruiker is Europa met meer dan de helft, maar door de diverse duurzame energie doelstellingen worden ook Azië en met name China in de nabije toekomst grote importeurs van houtpellets uit met name de VS en Canada.

In Nederland worden houtpellets steeds meer toegepast in de industrie en ook al wat in grotere huishoudens voor verwarming. Deze homogene droge biobrandstof wordt dan verkozen boven houtchips, wat als brandstof wat bewerkelijker is en de markt veel regionaler van karaker blijft.

Het hoge prijsniveau [> € 200 per ton] voor goede pellets [EN plus A1] wil gebruikers nog wel eens verleiden tot andere bronnen, maar komen veelal van een koude kermis thuis als een ketelstoring optreed of als emissiewaarden uit de vergunning niet worden gehaald.

Na het aflopen van de MEP subsidie stopten de kolencentrales met de bijstook van houtpellets, echter sinds de partijen van het Energieakkoord dit voorjaar er uit zijn over de voorwaarden, zal er via de SDE+-subsidies de komende jaren maximaal 25 PJ [1,4 miljoen ton] houtpellets extra voor energieopwekking worden ingezet. Dit is een toename van de vraag in de West-Europese markt van 10%, terwijl andere lidstaten ook in hun energiebeleid houtpellets ook promoten als duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen voor verwarming.



De toekomstige vraag naar houtpellets stijgt naar verwachting naar een verdubbeling in 2020-2025, met name in Europa en Azië[Japan, Zuid Korea en China]. Deze verdubbeling, met name afkomstig van import, lijkt ook mogelijk op basis van wat er momenteel wereldwijd aan productiecapaciteit wordt ontwikkeld en de verwachte verbouw van energiegewassen in nieuwe landbouwregio's [Brazilië, NW-Rusland en Midden Afrika].

Met 50 miljoen ton per jaar worden houtpellets echt een global commodity, echter enkele zaken verdienen de aandacht om de handel duurzaam te maken:
  • Logistiek en transport: de wereldwijde handel vereist een hoogwaardig transport en op- en overslagsysteem. De haven van Rotterdam wenst hier een grote speler in te worden. Met het oog hierop is de ontwikkeling van getorrificeerde houtpellets een optie: door verdubbeling van de energieinhoud per volume eenheid en waterafstotendheid, is deze pellet ideaal voor bijstook in energiecentrales met lage transportkosten;

  • Agrarische residuen als grondstof voor energiepellets: de verwachte beperkte wereldwijde aanbod van verantwoorde houtpellets vereist andere bronnen om de toenemende vraag aan energiepellets te voldoen. Een heel arsenaal van grondstoffen, van stro tot cacaodoppen tot grasachtigen, worden bekeken om te worden ingezet, echter deze kunnen ook dienen voor biobased materialen; 

  • Standardisatie: er zijn wereldwijd nog vele certificatiesystemen naast elkaar actief, waardoor het moeilijk wordt om te handelen zonder dat je het materiaal gezien hebt. In Nederland is er de NTA8080, maar veelal wordt EN-certificaat verkozen boven een DIN-certificaat op dit moment, echter ongecertificeerd komt ook voor; 

  • Transparantie van de markt in prijzen en producten: Inzicht en prijzen en producten stimuleren investeringen in deze markt, omdat rentabiliteit risico's beter in beeld zijn. In Nederland is dit nog veel minder het geval dan bijvoorbeeld in Duitsland [zie foto bovenaan];

  • Samenwerking overheid en bedrijfsleven: voor de biobrandstofproducenten en -leveranciers/handelaren is nog steeds geen brancheorganisatie in Nederland. Het NBKL en het Platform Bio-energie nemen dit nu mee in hun portefeuille.

vrijdag 7 augustus 2015

Een E-bike voor woon-werkverkeer. Episode 2: bijna 500 km in 3 weken.

[leestip: Een E-bike voor woon-werkverkeer. Episode 1: de aanschaf. ]

Dan is het zover; je hebt de e-bike aangeschaft. Inclusief verzekering, extra garantie en accessoires bijna € 3.000,- geïnvesteerd in je werk. Hopelijk krijg je nog een reisvergoeding of een fietsplan van je werkgever, anders zijn de uitgespaarde OV-kosten de enige opbrengsten die je tegen deze investering kan wegstrepen. 

De eerste week was een week van wennen: een nieuwe zitpositie, een display te ontdekken, een hoop versnellingen [27] en wat zijn de capaciteiten van de accu? De eerste keren rij je veel op hoogste stand, 5 Power, omdat je dan nauwelijks hoeft te trappen ;-) Het was dan ook lekker zomerweer en weinig verkeer op weg [schoolvakanties]. Echter de conditie wordt niet sterk verbeterd op deze manier.

 In week 30 t/m 32 werd alleen maar gefietst[12 dagen]. Daarbij werd dagelijks in detail bijgehouden: fietsafstand, resterend accuvermogen en lading [kWh] van de accu. Er werd voornamelijk in ondersteuningstand 4, Sport, gereden.


De ritafstand[retour] is volgens de routeplanner 36,8 km, maar het display gaf elke dag een andere rijafstand aan tussen 36 en 40 km, afhankelijk van de intensiteit van ondersteuning van die dag. Dit zou niet moeten uitmaken.

Week 31 was een regen- en windweek, dat is duidelijk te zien aan het hoger energieverbruik en de verschillen in resterend accuvermogen. Dit schommelde tussen de 30% en 50%, zodat er, zonder op het werk te slepen met accu en lader, nu nog zorgeloos gereden kan worden. Dit zal in de herft/winter anders worden. Verder lijkt het dat de testrijdster op maandag meer ondersteuning wenst dan op donderdag.

De tijdwinst ten opzichte van een gewone fiets was 25-45%, afhankelijk van heen of terugrit. Heen ca. 46 minuten en terug ca. 54 minuten. In de namiddag in de stad is het drukker, meer stoplichten en meer wegen van rechts; het kan verstandig zijn om je route te verleggen, zodat het gunstiger is voor het rijden met de e-bike. Meer kilometers, maar sneller en veiliger.

Na 500 km wordt door het display de eerste servicebeurt al aangekondigd; je kan nog wel fietsen, maar na 4 weken is wel snel. De e-bike was al een keer teruggeweest, omdat het achterwiel scheef stond en de versnelling niet goed meer werkte; gratis afstellingsonderhoud heet dat.  De eerste servicebeurt is ook nog gratis, maar de 3 á 4 beurten per jaar gaan de terugverdientijd bepalen. 

Het energieverbruik valt mee; momenteel 0,88 kWh per 100 km en dat is ca. € 0,21. De totale fietsopbrengst ten opzichte van het OV is ca. € 19,50 per 100 km, zodat ruim 15.000 km gereden moet worden om de aanschaf van de e-bike terug te verdienen. Dit is voor de testrijdster ruim 2 jaar, maar er wordt aangegeven 3,5-4 jaar omdat er veel onderhoud nodig zou zijn.

Het nadeel van de e-bike is dat je 's morgens al goed wakker moet zijn, want je bent vooral mensen aan het inhalen die nog niet wakker zijn. Verder moet je omkleedtijd inplannen [wel zo fris]. Een algemeen nadeel van fietsen naar het werk is dat je meer tijd in moet plannen voor het lezen van e-mails en vergaderstukken, omdat je dat nu niet in het OV kan doen.

Tijdens de zomervakantie staat de e-bike  3 weken stil, maar na de zomer gaat de herfstperiode in en gaan we ervaringen weer verder volgen.

dinsdag 21 juli 2015

Een E-bike voor woon-werkverkeer. Episode 1: de aanschaf.

Het bedrijf verplaatst zich verder van de je woonadres en wat doe je? Eerst ging je met de gewone fiets, ca.45 minuten door stad en bos, lekker uitwaaien en wat conditie behouden, maar nu wordt het > 1 uur enkele reis...Een overweging én de start van een intern project: monitoring gebruik van de elektrische fiets in het woon werkverkeer in het kader van Green Deal C146: “Fiets in het woon-werkverkeer”.

Image courtesy of Serge Bertasius Photography at FreeDigitalPhotos.net


De fiets speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de maatschappij en kan daar een nog grotere rol in spelen. Toename van het fietsgebruik biedt voordelen op het gebied van bereikbaarheid, gezondheid, luchtkwaliteit, CO2-reductie, geluidsreductie en ruimtelijke kwaliteit. Ook heeft een groei van het fietsgebruik economische voordelen en tot slot stimuleert meer fietsverkeer en fietsinfrastructuur allerlei gerelateerde (duurzame) innovaties, zoals ‘slimme fietspaden’ en energiezuinige verlichting. Vooral als vervanging van de (2e) auto is een belangrijke plaats weggelegd voor de elektrische fiets, welke ritten van > 15 km binnen een redelijke reistijd kunnen afleggen. Op dit moment zijn er nog weinig ervaringscijfers over de aanschaf en het gebruik van deze fietsen in de praktijk.


De praktijkcase omvat de route Renkum - Arnhem IJsseloord, welke op de volgende manieren bereikbaar bleek:
  • met de auto: snelste 26,4 km, 22 minuten reistijd. Vaak file (A12/Velp) zodat er 30 minuten vertraging optreed. Brandstofverbruik 2 - 2,5 liter enkele reis.
  • met de bus: snelste 64 minuten reistijd, € 7,68 enkele reis, na 17.40 uur geen bus meer terug en vaak missen van overstap met 30 minuten vertraging tot gevolg;
  • met de gewone fiets: snelste 18,4 km, >75 minuten reistijd. >60 meter hoogteverschil, de helft door de stad, veel wegomleidingen; Aanschaf € 900,- ;
  • elektrische scooter, speedbike: reistijd minder dan 45 minuten. In de stad gevaarlijk door hoge snelheid van 40 km/uur en drukte verkeer. Kentekenplichtig. Aanschaf € 3.500,- + kenteken en verzekering.;
  • e-bike: reistijd 45 - 60 minuten. Aanschaf €2.500,- + verzekering.
Deze opties overwegend werden deze wensen aan het transport gesteld en zo opties afgestreept:
  • geen 2e auto;
  • reistijd maximaal 60 minuten enkele reis;
  • kosten vergelijkbaar met het OV;
  • eigen baas over vertrektijd;
  • conditie op peil houden;
  • ontspannen op het werk en thuis komen.
In dit geval is de E-bike voor onze testrijdster de beste oplossing. Welke E-bike is dan de vraag, elke leverancier heeft tientallen modellen, maar ons wensenlijstje en de route bepalen al veel:
  • achterwiel aandrijving voor meer kracht en stille aandrijving;
  • diverse versnellingen voor heuvelachtig terrein;
  • een zwaardere accu [500 Watt] vanwege afstand en route, zeker in de winter;
  • goede fietstassen voor regenvrij vervoer bagage.
Vanwege het benodigde onderhoud is de aanschaf gebeurd bij de lokale fietsenmaker, die ervaring met het merk e-bike heeft en een leenfiets bij onderhoud aanbiedt. De fietsverzekering biedt ook pechhulp onderweg.
Sinds 1 juli 2015 is onze monitoring gestart, waarbij wordt bijgehouden;
  • aantal dagen gebruikt, aantal km gereden, rijervaringen onderweg,
  • verbruik accu en kWh/100 km, en de verschillen in de tijd [seizoen, leeftijd accu].
  • kosten: laadkosten, onderhoudskosten en kosten alternatief vervoer [OV] en terugverdientijd.
Een e-bike is handig, maar heeft ook beperkingen welke we ook willen bespreken. Een voorbeeld is het feit dat als je na je werk nog een bedrijfsfeestje hebt, je die dag niet met de e-bike gaat, omdat je niet >10 km  extra daarheen wil fietsen en ook achteraf niet nog eens 25 km terug wil fietsen om 21.00 uur. Het OV of een lift van een aardige collega met een auto is dan een goed alternatief. 

 Suggesties of opmerkingen altijd welkom.

zaterdag 27 juni 2015

Vermindering gaswinning Groningen dé kans voor duurzame energie in NL

Het kabinet verlaagt de gaswinning in Groningen dit jaar tot 30 miljard m³ aardgas; enerzijds door de druk van de aardbevingen, anderzijds omdat het eenvoudig kan door de milde winter dit voorjaar en de extra gasvoorraad in Drenthe.

Voor een structurele verlaging van de jaarlijkse productie van 39,4 miljard naar misschien wel 21 miljard m³ (Milieudefensie) zijn enkele ingrijpende acties noodzakelijk. Voor de leveringszekerheid in BeNeDu is echter 30 miljard kuub aardgas jaarlijks nodig; er wordt nu in eerste instantie ingezet op import en de daarbij noodzakelijke opschaling van conversiecapaciteit (van hoogcalorisch naar laag calorisch), maar dit kan op termijn ook anders.
In het kader van de diverse acties richting een fossielvrije samenleving worden al diverse stappen gezet welke een alternatief kunnen gaan bieden voor het Groningse aardgas.

In eerste instantie moet verder worden ingezet op meer energiebesparing; op dit moment circa 1% per jaar (totaal). Nieuwe gebouwen worden al soms nul-op-de-meter opgeleverd, maar bestaande woningen en bedrijfspanden zouden versneld nageïsoleerd kunnen worden.

Daarnaast staan momenteel veel gasgestookte energiecentrales stil vanwege de lage kolenprijs. Bij andere marktomstandigheden en het wegvallen van kolencapaciteit door het Energieakkoord zullen deze weer opgestart kunnen gaan worden, wat een extra druk op de gasbehoefte legt.

Bij- en meestook van biomassa zal tijdelijk een oplossing bieden en op langere termijn zou de categorie '186 PJ' (=6,2 miljard m³ a.e.) overige biomassainvulling uit het Energieakkoord hier een deel van voor zijn rekening kunnen nemen, omdat hier vooral wordt ingezet op warmteproductie.
(beide plaatjes afkomstig van 'Routekaart hernieuwbaar gas, 2014'; Groen Gas Forum en stichting Groen Gas Nederland)
Het potentieel van groen gas wordt op dit moment ingeschat op 3 miljard m³ a.e. in 2030, echter een stimulans op innovatie en een stimulans voor nieuwe én bestaande projecten kan dit potentieel wellicht verhogen.

De opmars van duurzame elektriciteit uit wind en zon geeft een kans om opslagcapaciteit in de vorm van power-to-gas verder te ontwikkelen. Opslag en gebruik in de vorm van waterstofgas, of na omzetting in ons vertrouwde aardgas, zodat er geen aanpassing nodig is aan de huidige verbrandingstoestellen.

De raming van kosten door schade en voor versteviging van gebouwen door de gaswinning ligt nu al tussen 6,5 en 30 miljard euro. Verder zijn er ook meerkosten verbonden aan het importeren van gas en de conversie naar aardgaskwaliteit. Nog maar niet te spreken over de ongewenste toename van de energieafhankelijkheid van met name Rusland op dit moment. 

Deze ontwikkelingen zullen het level playing field voor duurzame energieopties verbeteren en wellicht dat we dan wel de voorgenomen duurzame energieambities waar kunnen gaan maken.
©PDL2015  De auteur kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige onvolledige of onjuiste informatie die middels dit artikel gevonden wordt. Gebruik van enige informatie verkregen via dit artikel is voor eigen risico van de gebruiker en eigen onderzoek of verificatie wordt aanbevolen.

 

2SPACE.NET